Beweging op de woningmarkt; blog Willem Buunk

Onder de druk van verkiezingen wordt alles vloeibaar. De woonwethouders van Amsterdam en Utrecht, beiden van de PvdA, realiseren zich dat het woonbeleid wel erg veel regels omvat en dat scheefwonen toch wel echt onrechtvaardig is voor de echte woningzoekende met een laag inkomen. In een campagnebrief naar minister Blok pleiten ze ineens voor de beperking van de huurbescherming en voor “regelvrijheid”. Voor jongeren met een laag inkomen willen de wethouders Isabella en Ossel een tijdelijk huurcontract voor vijf jaar, om ze een start te geven in een gesubsidieerde huurwoning. Als ze na vijf jaar een hoger inkomen hebben verworven, boven modaal, dan kunnen ze na die vijf jaar verder op de vrije woningmarkt. Om de regeldruk te beperken willen de bouwwethouders meer mogelijkheden om leegstaande kantoren te transformeren. Daarom vragen ze om regelvrijheid. Prachtige voorstellen, waar de VVD juichend voor op de banken kan staan. Maar…, omdat het verkiezingstijd is lezen we toch even de kleine lettertjes.

Gesubsidieerde huurwoningen aanbieden aan woningzoekenden met een laag inkomen met een tijdelijk huurcontract voor vijf jaar is een goed idee. De huidige huurbescherming benadeelt woningzoekenden met een laag inkomen, omdat huurders met middeninkomens de gesubsidieerde huurwoningen tot in het oneindige bezet kunnen houden. Daarvoor zijn de woningen van de woningcorporaties niet bedoeld. Met een tijdelijk huurcontract wordt dit voorkomen. Het is logisch dat dit vooral geldt voor hoger opgeleide jongeren en starters, maar het is wel zo eerlijk als deze regel voortaan geldt voor alle woningzoekenden met een laag inkomen die op het gereguleerde woningbestand zijn aangewezen. Het is ook eerlijk om de lange wachtlijsten, waar in het woondebat voortdurend mee geschermd wordt, op te schonen, door alleen woningzoekenden met een laag inkomen op die wachtlijsten toe te laten. In aanmerking komen voor een gesubsidieerde huurwoning is een voorrecht voor de laagste inkomens, geen recht voor mensen met middeninkomens of een eigen huis om punten te sparen. De wachtlijsten lijken nu een vrijblijvend spaarsysteem voor woning airmiles.

Het addertje dat onder het gras van de kleine lettertjes van de woonwethouders schuilt, is hun ambitie om het gereguleerde woningbestand verder uit te breiden. Woningcorporaties moeten in de sociaaldemocratische visie ook gesubsidieerde huurwoningen aanbieden aan middeninkomens. Een pleidooi dat tegengesteld is aan de terecht gekozen koers van het kabinet om in te grijpen in de overmaat van het woningbestand van de corporaties in combinatie met de aanpak van het scheefwonen. In lijn met die koers trekken de woningcorporaties zich terug op hun kerntaken om fatsoenlijke woningen aan te bieden aan huurders met de laagste inkomens. In Utrecht zijn Mitros, Portaal en Bo-ex gestopt met nieuwbouw voor de markt en voor woningkopers en gaan ze bedrijfspanden en maatschappelijk vastgoed zoals scholen afstoten. In plaats daarvan pakken ze de draad op van renovatie van het huidige bestand aan gesubsidieerde huurwoningen. Veel van de bestaande woningen verkeren in deplorabele staat, dus de noodzaak is duidelijk.

De uitbreiding van het gereguleerde woningbestand met nieuwe corporatiewoningen voor middeninkomens, waarbij de rooie woonwethouders ook nog willen experimenteren met inkomensafhankelijke huren, is ‘social engineering’ ten top. Onder het mom van ‘regelvrijheid’ doemt de illusie van de maakbare samenleving weer op. Inkomenspolitiek via woningen voor de grote groepen middeninkomens in de Nederlandse steden is wel het laatste wat de VVD wil. Woningcorporaties moeten terug naar hun kerntaak en kunnen boventallige huurwoningen verkopen aan beleggers voor de vrije verhuur. Dat is wat de woningzoekenden en starters in Utrecht en Amsterdam nodig hebben. Het pleidooi om met minder regels de verbouwing van leegstaande kantoren mogelijk te maken, mag vooral voor de socialistische bouwwethouders zelf gelden. Zij kunnen gewoon hun bestemmingsplannen flexibeler maken en kunnen de rode loper uitrollen voor marktpartijen, die willen investeren in de ontwikkeling van studentenwoningen en betaalbare huurwoningen voor de vrije markt.

Onder druk wordt alles vloeibaar. In de liberale visie is er voor beweging op de woningmarkt vooral deregulering nodig. Minder overheidsbemoeienis, niet meer. Dat betekent een scherp onderscheid tussen het gereguleerde woningbestand en de vrije woningmarkt. Woningcorporaties hebben op de vrije woningmarkt niets te zoeken. Wethouders moeten verbouw en nieuwbouw faciliteren met flexibele bestemmingsplannen. De beperking van huurbescherming door het aangaan van tijdelijke huurcontracten zijn goede instrumenten voor een eerlijke benutting van het gereguleerde woningbestand van gesubsidieerde huurwoningen van woningcorporaties voor mensen met de laagste inkomens.

Voor de brief van de PVDA-wethouders klik hier